|
WAT IS ZURE REGEN?
.
Zuur ontstaat en verdwijnt
Zure regen is een weids begrip voor iets dat desastreus is
voor ons milieu. Het is in feite een te beperkte term, want
het gaat om meer dan regen. ben de term in de vorige eeuw voor
het eerst door Adam Smith werd gebruikt, sloeg deze
uitdrukking uitsluitend op het zure karakter van de regen.
Smith bepaalde de hoeveelheid zwavelzuur, ammoniumsulfaat en
ammoniak in het regenwater. Daarbij constateerde hij dat de
regen boven de industriestad Manchester zuur was door de grote
hoeveelheid zwavelzuur.
Een korte naam is beter dan een lange omschrijving
De term zure regen schiet om drie redenen te kort. Door het
accent te leggen op het zure karakter van de regen wordt
valselijk de indruk gewekt dat de zuurgraad van het regenwater
bepalend zou zijn voor de schadelijkheid. Dit is maar ten dele
waar. Een groot deel van het zuur wordt in het regenwater
geneutraliseerd door basen zoals ammonia. Daarmee vermindert
de hoeveelheid vuil niet. Het ammoniumsulfaat wordt in de
bosbodems snel omgezet in zwavelzuur en salpeterzuur. Door die
omvorming is dus een basisch reagerende stof, ammoniak, door
binding met zuurstof omgezet in een zuur. Belangrijker dan de
zuurgraad van de regen is daarom het potentieel zuurvormend
vermogen van de regen.
Een tweede reden waarom de term 'zure regen te kort schiet is
dat de verschillende potentieel zuurvormende stoffen ook in
droge lucht voorkomen. De zuren warden pas onder vochtige
omstandigheden gevormd uit zwaveldioxide, stikstofoxiden,
ammoniak, of het al genoemde ammoniumsulfaat. Dit proces kan
overal plaatsvinden waar de stoffen in contact komen met
water. De vorming van salpeterzuur uit ammoniak schijnt alleen
in de bosbodem plaats te vinden. Ten minste de helft van de
zuurvormende stoffen hecht zich zonder tussenkomst van de
regen op planten, bodems en materialen. Neerslag van deze
stoffen via regen noemt men met een geleerde term natte
depositie en neerslag vanuit droge lucht droge depositie.
Een derde reden waarom de populaire term zure regen te kort
schiet is het felt dat de schadelijkheid van de
Iuchtverontreiniging niet alleen wordt veroorzaakt door zuren.
De zuurvormende stoffen zijn net zo goed schadelijk als hun
zure volgprodukten. Bovendien bevatten lucht en regen talloze
andere verontreinigingen, zware metalen, roet, vliegas en
fotochemische oxidantia, die helemaal niet zuur zijn. Toch is
deze vervuiling onlosmakelijk verbonden met het probleem van
de zure regen. Deze Iuchtvervuiling wordt immers veroorzaakt
door dezelfde bronnen. Bovendien ontstaan de schadelijke
effecten voor bossen, gezondheid en materialen door
samenwerking van alle stoffen.
Hoewel de schadelijke werking door het afsterven van de bossen
meer dan duidelijk is, blijkt het in de prakteik onmogelijk de
schade in procenten toe te schrijven aan het effect van
stoffen afzonderlijk. De gezamenlijke werking is veel groter
dan die van de stoffen apart. Het is zelfs zo dat de niveaus
van de Iuchtverontreiniging in de gebieden waar flu de ergste
bossterfte wordt waargenomen zo gering zijn, dat in het
laboratorium de stoffen afzonderlijk geen schade konden
veroorzaken.
Puristen zullen vanwege het bovenbeschrevene altijd moeite
houden met de term zure regen. loch moeten we hem inaar
accepteren. Hij is over de hele wereld ingeburgerd als een
populaire verzamelnaam voor de luchtverontreiniging ten
gevolge van het verbranden van kolen, olie en gas en ten
gevolge van enkele andere zuurvormende stoffen zoals ammoniak.
Het gebruik van de term zure regen voor het geheel van de
luchtvervuiling heeft tenininste het voordeel dat een mondvol
moeilijke woorden om hetzelfde aan te duiden kan worden
vermeden. Politiek of bestuurlijk heeft het geen enkel gevolg.
De noodzakelijke bestrijdings-maatregelen worden er echt niet
anders door.
Zuur is geen stof maar een chemische toestand
Zuur is op zichzelf geen stof. Er zijn stoffen die als zuur
kunnen reageren doordat ze chemisch actieve waterstof-ionen
(He) leveren. Zwavelzuur bijvoorbeeld valt in water voor een
deel uiteen in sulfaationen met een negatieve elektrische
lading en in waterstof-ionen met een positieve lading.
Salpeterzuur valt uiteen in negatief geladen nitraat-ionen en
positief geladen waterstof-ionen.
Zuurmoleculen vallen in water slechts voor een gering deel
uiteen in ionen. Een sterk zuur als zwavelzuur valt voor een
groter deel uiteen dan een zwak zuur als koolzuur. De
zuurgraad van het water meet men aan de hand van de
concentratie vrije waterstof-ionen. Hoe hoger de concentratie,
hoe zuurder de oplossing.
De zuurconcentratie, de zogenaamde zuurgraad of pH, wordt
uitgedrukt op een voor de leek nauwelijks te volgen wijze.
Zelfs een chemicus heeft moeite om desgevraagd prompt te
antwoorden dat 'de zuurgraad (pH) wordt uitgedrukt als de
negatieve logaritme van de concentratie van de vrije
waterstof-ionen' Dit precieze begrip is ook niet zo
belangrijk. Wel belangrijk is het, te beseffen dat het gaat om
een zogenaamde logaritmische schaalverdeling.
Wanneer de pH één schaaldeel zakt, wordt, vanwege het
logaritmische karakter van de schaal, de concentratie vrije
waterstof-ionen niet eenmaal, maar tienmaal zuurder. Wanneer
de zuurgraad drie schaaldelen daalt, van pH 6 naar pH 3, wordt
de oplossing dus 10 x 10 x 10 keer, dwz. duizendmaal, zuurder.
Het is belangrijk de volgende waarden aandachtig te lezen,
omdat deze bij elk verhaal over verzuring onvermijdelijk
gebruikt worden. De schaal loopt van ongeveer 14 tot 1.
Daarbij is pH 14 heel erg basisch (alkalisch); pH 7 is
neutraal en beneden pH 7 noemt men een oplossing zuur. Beneden
pH 6,2 is de vrije kalk uit de bodem verdwenen (dan verdwijnen
ook bepaalde kalkminnende organismen). Beneden pH 5 is ook het
aan bodemmineralen gebonden calcium grotendeels verdwenen,
evenals magnesium en kalium. Wat nog aanwezig is spoelt in
snel tempo uit. Veel planten kunnen dan niet meer voldoende
voedingsstoffen verzamelen en verdwijnen, evenals een groot
aantal diersoorten. In een humusarme omgeving kan beneden pH 5
aluminiumvergiftiging optreden. Beneden pH 4 treedt algemene
vergiftiging op door vrije aluminium-ionen en ionen van andere
metalen. Alleen een zeer gering aantal tolerante organismen
kan nog overerven.
Kennis van het logaritmische karakter van de schaalverdeling
is belangrijk als men een gemiddelde zuurgraad wil uitrekenen.
Wanneer immers op drie opeenvolgende dagen de pH van het
regenwater respectievelijk 3, 4 en 5 is, is het rekenkundig
gemiddelde niet 4, maar dichter in de buurt van 3,5. Een
halvering van de zuurvormende vervuiling zal de zuurgraad
slechts licht beïnvloeden.
Schoon regenwater is niet neutraal maar licht zuur. Er is een
weinig kooldioxide uit de lucht in opgelost. In water vormt
kooldioxide net als zwaveldioxide een zuur. Het koolzuur valt
echter maar voor een heel klein deel uiteen in carbonaat-ionen
en waterstof-ionen. Het is een zogenaamd zwak zuur, in
tegenstelling tot zwavel- en salpeterzuur.
Schoon regenwater heeft een zuurgraad van 5,6. Tegenwoordig is
het regenwater in Nederland en vele andere geïndustrialiseerde
landen tien- tot honderdmaal zuurder (een verschil van 1 a 2
pH-schalen). Dit gegeven zegt niet alles. Immers, de
luchtverontreiniging bevat ook oxiden en basen, die
uiteindelijk eveneens zuur kunnen leveren. De pH zegt wel iets
over de snelheid waarmee tal van materialen door het zuur
worden aangetast. De aantasting van gevoelige steensoorten
verloopt door de tegenwoordige zuurgraad van de regen
tientallen malen zo snel als vroeger. Belangrijker nog dan de
zuurgraad is het potentieel zuurleverende vermogen.
Door zijn positieve lading is het 'zure' waterstof-ion
chemisch erg actief. Het verdringt andere stoffen uit hun
chemische bindingen. Die stoffen gaan op hun beurt als
positief geladen ionen in oplossing. De reactieve
waterstof-ionen grijpen het eerst die elementen die zelf de
zwakste chemische binding hebben. Pas als deze goeddeels zijn
opgelost, worden elementen met een sterkere binding uit de
humus en bodemdeeltjes verdrongen.
Er ontstaat zo een verdringingsreeks waarbij de zure
waterstof-ionen eerst de kalk en het magnesium uit de bodem
oplossen en pas daarna bijvoorbeeld aluminium en ijzer. De
concentratie waterstof-ionen moet steeds groter worden
naarmate elementen verder uit de reeks verdrongen kunnen
worden. In de chemie geldt kennelijk ook dat vele handen licht
werk maken.
Zuur, zo is intussen duidelijk, is geen stof maar eerder een
aan waterstof gebonden chemische energie. Daarom kunnen zuren
gemaakt en vernietigd worden. Een fraai voorbeeld daarvan zien
we in het wetboek: ammoniak, een base vormende stof, en
salpeterzuur worden beide gebruikt als kunstmest. Deze stoffen
mogen in een bepaalde hoge concentratie niet worden gemengd en
vervoerd, wegens ontploffingsgevaar. Samen 'verbranden' deze
stoffen tot stikstofgas en water. Zowel het zuur als de base
is dan verdwenen. Dit proces wordt momenteel algemeen
toegepast bij de rookgasreiniging van Japanse
elektriciteitscentrales.
Door het voorgaande wordt het ook begrijpelijk dat ammoniak,
een base, na binding aan zuurstof een zuur vormt. Daarvoor
hoeven geen nieuwe stoffen aan het systeem te worden
toegevoegd. Alleen heeft de nieuwe chemische ordening van de
betrokken elementen de hoeveelheid chemische energie
veranderd.
Eigenlijk zijn al deze zaken in hun finesses nogal moeilijk te
begrijpen, ook voor chemici. Het lijkt zo eenvoudig. Zuren en
basen werken tegengesteld, dus ammoniak zou het verzurende
effect van de regen opheffen. Toen de bossterfte in Duitsland
pas was onderkend, hebben bepaalde deskundigen daarom serieus
voorgesteld om de bossen met ammoniak te bemesten. Intussen
weten we dat op deze wijze het paard achter de wagen wordt
gespannen. In Nederland is het door het onderzoek van Van
Breemen goed bekend dat juist in bosbodems uit het gevormde
(neutrale) ammoniumsulfaat opnieuw zuren worden gemaakt (Van
Breemen, 1982), at is ook dit feit aanvankelijk heftig
bestreden. Veel belangrijker dan de actuele zuurgraad van
regen en bodem is daarom, en dat benadruk ik nogmaals, het
potentieel zuurleverende vermogen (Van Breemen, 1984). Ook
allerlei organische processen kunnen zuur maken of consumeren.
Iedereen weet bijvoorbeeld dat azijnzuurbacteriën uit alcohol
azijn maken en melkzuurbacteriën uit suikers melkzuur, en dat
deze zuren weer door andere bacteriën kunnen worden verbrand
tot kooldioxide en water. Een probleem is dat juist in bodems
die al verzuurd zijn de produktie van organische zuren hoog
is.
terug
naar inhoud
|
|